Het spel
images/banners/header.jpg

Prachtig, spannend, leuk, opwindend, fascinerend zijn de kreten die je rondom een behendigheidswedstrijd hoort van de toeschouwers.Vooral van de mensen die voor de allereerste keer zoiets meemaken.

Het ziet er allemaal zeer aantrekkelijk uit, een beetje zoals de hinder-nissen voor een paardenspringconcours. Het zijn niet alleen sprongen, er is ook een hoepel, een wip, een tunnel, een slurf, een slalom (rij paaltjes), toestellen met raakvlakken (hondenloop, kruising, schutting), etc… Alles in vrolijke en afwisselende kleuren geschilderd.

    

Een van de sterke kanten van deze sport is, dat ze zo in elkaar zit dat je alles direct kunt volgen en mee kunt leven met de deelnemers en hun viervoeters. Bovendien is het een lust voor het oog de honden te zien gaan : de staarten zwaaien als vaandels, de oren zijn gespitst en de pret straalt van de snuiten af. Er zijn zelfs honden die het hele parcours blaffend afleggen, anderen kunnen er niet genoeg van krijgen en racen in het rond. De cracks werken in een enthousiaste samenwerking met hun baas, volgen in razend tempo zijn aanwijzingen op en zijn vaak al over de finishlijn voordat hun baas voorbij de laatste hindernissen is.

Het is natuurlijk voor de meeste honden ook heerlijk : in volle vaart wenden, keren, kruipen en springen.

Honden moeten een uitlaatklep hebben voor hun energie en het is het beste als we ze die gericht kunnen geven : samen met de baas wat doen, versterkt het natuurlijk overwicht van de baas en zorgt ervoor dat de hond zijn “leider” nog meer in de gaten houdt : “Wat doet de baas, kan en mag ik meespelen ?”

    

De meeste trainingen en wedstrijden vinden plaats in de openlucht, maar het spel kan ook binnen gespeeld worden, mits de ondergrond niet te glad is.

Om foutloos rond te kunnen komen, moet een hond niet alleen snel kunnen lopen, maar moet hij zowel hoogte- als breedtesprongen maken, door tunnels en slurven kruipen, over schuttingen klauteren, op een smalle plank (wip) zijn evenwicht behouden en zigzaggend door een rij paaltjes (slalom) gaan.

Hoewel het op het eerste zicht niet zo lijkt, de hond doet immers het werk, speelt de baas in dit spel de belangrijkste rol. De baas moet er bij de trainingen niet alleen voor zorgen dat zijn hond goed en graag over de toestellen gaat, maar hij moet ook zijn viervoeter zo onder controle hebben dat de hond in zijn opwinding niet te snel over de toestellen met de raakvlakken gaat : op de wip, de hondenloop, de schutting en de kruising moet de hond met minstens één poot de eerste en de laatste meter raken, om blessures en strafpunten te voorkomen. De baas moet er verder voor zorgen dat de hond niet een verkeerde hindernis neemt of er ergens langsschiet.

De baas mag zich echter vrij door het parcours begeven en net zoveel aanmoedigingen en aanwijzingen geven als hij nodig acht. Hij mag zelf niet het goede voorbeeld geven door over een hindernis te gaan of de toestellen opzettelijk aan te raken. De hond werkt “bloot”, zonder riem of halsband, en de baas mag hem tijdens de wedstrijd niet met zijn handen of voeten helpen.

Een goede geleider/baas bepaalt dus de snelheid van de hond, wijst hem de weg en geeft voor zover zijn ademtechniek dat toestaat, zijn hond zoveel mogelijk aanwijzingen.